Kees van Ekris in Kerkasiel

Sinds 21 november 2025 bestaat Kerkasiel een jaar. Deze dag stond in het teken van rouwen om het verdriet en de pijn rondom de schrijnende situatie van gewortelde kinderen, samen met het vieren dat zoveel mensen opstaan voor medemenselijkheid.

Onderdeel van deze dag was een dienst geleid door scriba van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) Kees van Ekris. Omdat niet iedereen aanwezig kon zijn bij dit bijzondere moment, is hier zijn toespraak beschikbaar gesteld:

Gemeente van Jezus Christus, broeders en zusters

Wat getuigt het van moed en wijsheid wanneer mensen, bestuurders, een pauzeknop durven in te drukken. ‘Wacht, iets gaat hier niet goed. We kunnen hier wel mee doorgaan, maar het is moediger en wijzer om halt te houden en na te denken. Is dit wel wat we willen? Wat is de schade van wat wij aan het doen zijn?’ Dat geldt voor ruzies in families of vriendschappen, of in keuzes die je gemaakt hebt en die je aan het uitvoeren bent, de moed van de pauzeknop. Wat zijn we aan het doen?

Wat zou het een verademing geweest zijn als in de kille uitvoering van wat we nu de toeslagenaffaire noemen, toen zoveel kinderen en gezinnen beschadigd zijn, als een paar mensen, bestuurders, de moed hadden gehad en de wijsheid om een humanitaire pauzeknop in te drukken.

Is dat niet de grote vraag die uit dit kerkasiel, en uit onze kerk, aan onze samenleving en overheid klinkt: Laten we een pauzeknop indrukken en opnieuw praten en nieuw beleid maken. Er gebeurt nu teveel schade, in het bijzonder aan jonge mensen. We zitten in een systeem vast en in een manier van denken die jonge, gewortelde, vaak energieke mensen niet alleen weg laat kwijnen, maar ook beschadigt.

Als je dan pauzeert moet je niet alleen juridisch en politiek overleggen, maar moet je ook contact maken met het visioen, met hoe je wilt zijn als samenleving. En misschien dat we als kerk iets kunnen bijdragen aan het visioen van waar wij uit leven?

Het is nog pril, maar is de breuk die de politieke leiders die nu aan zet zijn, de breuk die zij willen maken met oude politiek, met een manier van omgang met elkaar, met negativiteit en kleingeestigheid, is dat misschien een soort pauze die ruimte geeft voor nieuwe vergezichten, nieuwe maatregelen met menselijkheid en recht, duidelijkheid, beslistheid en coulantie? Ik denk dat er breed in onze samenleving raakbaarheid is voor rechten van kinderen en jongeren.

Als je de verdragen leest over de rechten van het kind, wereldwijd, Europees maar ook hier, of het nu kinderen in Groningen zijn die lijden onder aardbevingsangst, kinderen die mishandeld worden in pleegzorg of vermalen worden in een samenleving vol druk en competitie, of denk aan jongeren vanaf 8 jaar die het recht op inspraak krijgen wanneer ouders gaan scheiden en een plan moeten opstellen, als je nadenkt over het waardige denken vanuit het kind, dan denk je ook aan asielprocedures: kinderen in veel te langdurige asielprocedures die aantoonbaar beschadigd worden, zowel door de procedures, de dreiging van uitzetting als ene daadwerkelijke uitzetting, als je denkt aan jullie, jonge mensen met vrienden, dromen en kracht, als je leest over de rechten dan denk je als snel: Ja, zo willen wij samenleving zijn, een gemeenschap die raakbaar is voor jonge mensen, die we een toekomst gunnen.

Als je die verdragen leest gun je dat onze samenleving. Dat willen wij.

Als Martin Luther King in zijn laatste rede zijn cultuur aanspreekt, zegt hij: Somewehere I read about the freedom of press, of assembly, of protest. The greatness of America is this freedom to protest. Als je de verdragen leest over de rechten van het kind, en het denken vanuit het kind, ook in het asielrecht, heb je de neiging om vandaag te zeggen: somewhere I read about the rights of children.

Is dit een moment om als samenleving te pauzeren, onder ogen te zien wat niet goed ging en gaat, en samen collectieve wijsheid vinden en die te verankeren in recht en menselijkheid?

Ik wil met u daarover reflecteren, aan de hand van vier bijbelteksten, en ik probeer steeds de link te leggen naar hier, naar u als familie, u als gemeente en ons als samenleving.

1 Leviticus 25 Jubeljaar

In de Torah zit iets van een utopie, en die utopie draait om vrede en gerechtigheid. Om de 7 x 7 jaar wordt er, om zo te zeggen, een pauzeknop ingedrukt, dan komen de verhoudingen zoals ze gegroeid zijn op tafel, en roept God op tot een reset, tot opnieuw beginnen. Zo groeit arm en rijk niet generatieslang uit elkaar, zo ontstaat niet een keten van oud geld en oude rechten, zo krijg je om de zoveel tijd weer grond onder de voeten, zo wordt de stagnatie van verhoudingen doorbroken. Zo blijft er dynamiek in een samenleving, een moment van opnieuw beginnen. Er staat in dit prachtige stukken dat in elk zevende jaar ook het land rust moet krijgen, dat het land dan niet opgejaagd moet worden door mensen en machines, maar rust krijgt en dat de vruchten van het land dan voor iedereen zijn, voor de arme, de vreemdeling, de voorbijganger. En die rust is een soort sabbath. Zoals God in het begin zijn grootste rijkdom deelde met de mensen: de rust, zo moet ook het land en de cultuur rust krijgen.

Kerkasiel lijkt hierop. Opgejaagde mensen kloppen aan je deur, ze hebben een verhaal dat je raakt en dat ruikt naar onrecht, en waar vragen ze om: om rust, om een sabbath op hun reis. En de kerk luistert, doet haar deur open, en begint te reflecteren over hun ervaringen en vragen en maakt die vraag luider: Is het niet tijd voor een pauzeknop, zijn wij niet een cultuur die de allure zou moeten hebben om vanuit het kind te denken, en vanuit menselijkheid? En hoe kan het dat je zo lang zo uitzichtloos moet wachten als jongere in een asielprocedure? En hoe kan het dat wij als cultuur zulke waardevolle mensen, zulke vitaliteit en geloof, zo aan de zijkant laten staan?

2 Markus 6 Geeft gij hen te eten

Als Jezus verschijnt, dan trekken mensen naar Hem toe. In Hem en om Hem heen is iets van die sabbath te proeven, van die vrede van God en van gerechtigheid. Ze trekken naar Hem toe, hangen aan zijn lippen en vergeten de tijd. Even zijn ze er. Ze zijn op de plek waar ieder mens naar verlangt: Waar God spreekt en waar het leven goed is. Ze horen het in Jezus en ze maken het mee. De leerlingen zien de schemer en ze denken aan eten. ‘Stuur ze weg’, zeggen ze.

Jezus denkt anders. Jezus denkt altijd anders dan wij. ‘Geven jullie ze te eten’. Deel uit. Zie in deze mensen wat ze meenemen, wat ze bij zich hebben en Ik zal het vermenigvuldigen. Het is een schitterend detail in de tekst dat de eremos, de woestenij, groen gras wordt. Dat is een veerwijzing naar het mysterie van het Koninkrijk van God. Dat er transformaties gebeuren in de buurt van Jezus.

Paus Leo XIV heeft in zijn eerste uitspraken gewezen op de vrede van Christus die niet los te koppelen is van de aandacht en de liefde voor armen, voor de zuchtende schepping en voor de gerechtigheid. In die aandacht, in die samenhang, gebeuren wonderlijke momenten van de vrede van Christus. Go to those who need you, zei kardinaal Martini van Milaan daarom, en je zult zien dat het Koninkrijk Gods niet ver van je vandaan is. Maar let ook op: koppel de vrede van Christus daar niet van los, want dan bedrieg je jezelf. Je gunt onze cultuur iets van dit narratief. Er zijn in onze cultuur zoveel gewonde mensen, er is zoveel verdriet en verlies.

En je zou met elkaar een pauzeknop willen indrukken: Wie zijn wij aan het worden? Unsere Gesellschaft braucht gesellschaftlichen Atempausen, zei mijn ambtsgenoot Kirsten Fehrs van de EKD gisteren. Het geeft tijd om te denken, contact te maken en zelfkritiek te hebben. Die Fähigkeit zur Selbstkritik ist eine Stärke, keine Schwäche. Sie eröffnet die Möglichkeit zur Veränderung und stärkt den gesellschaftlichen Zusammenhalt.Dat wij als samenleving niet uit handen geven aan radicale enkelingen hoe wij omgaan met elkaar, met wie in nood is.Wat doet de haast, de technologie, het individualisme, het voorbijleven aan armoede en eenzaamheid, wat doet dat aan ons? Is dit niet het maatschappelijke moment om ons bewust te worden, dat wij niet zonder gemeenschappen kunnen leven en als samenleving ook een gemeenschap zijn, waarin we ruimte maken voor allerlei soorten mensen. Zeker: ook met grenzen, met duidelijke en kordate procedures, zeker. Maar er is genade en gein te vinden in de vervlechting van mensen met elkaar, van allerlei komaf. Is de kerk een plek waar wij dat narratief uitleven?

3 I Timotheus 2 Bidt voor wie macht hebben

Als Paulus een brief schrijft aan Timotheus, dan noemt hij als eerste verantwoordelijkheid van de kerk het gebed. Het gebed eigenlijk voor iedereen. Voor ieder mens. Wat kun je snakken naar mensen die in hun handelen, in hun woorden en gebeden, werkelijk omvattend zijn. Die niet ‘klein bidden’, voor zichzelf, hun groep, hun belang, maar die ‘groots bidden’ en ruim. Voor vrienden en vijanden, voor vreemdelingen en voor mensen die hier al eeuwen wonen, voor verdriet van allerlei soort, voor het verdriet dat onder populisme zit en voor het verdriet dat onder het opgejaagd zijn van migranten zit.

Dát gebed is de eerste roeping. Oefen je in die gebeden, bidt met Rafael, Gabriel en Michael mee zodat de duistere kwelgeesten van een tijd verslagen worden. Paulus duwt met deze woorden Timotheus de dramatiek van de geschiedenis in met zijn gebed, een geschiedenis waarin de vreugde en de ellende, de welvaart en de armoede, heel vaak afhangen van de beslissingen van anderen en van enkelingen en zeker van hen die macht hebben.

Daarom moet Timothes bidden voor hen die macht hebben. Let op: dat is in die tijd misschien wel Nero. Het wordt niet specifieker gemaakt. Het maakt ook niet uit. Bid voor hen.

En dan die wonderlijke toevoeging: Bidt opdat de gemeente ‘in vrede mag leven’. Dat is niet: zodat wij ongestoord onze gang kunnen gaan. Dat is, denk ik, zodat vanuit de gemeente de sjaloom van God kan stromen. Zodat wij ons helemaal kunnen richten op gebed en lofprijzing, diakonaat en missie, zodat we misschien wel hand in hand met de overheid kunnen zoeken naar wat recht is en wat goed is.

In de documenten over het kerkasiel staan daarover sterke zinnen: niet over een kerk die zich verheft boven de overheid, die veroordeelt en moraliseert, en die niet de complexiteit van bestuurders erkent. Nee, een kerk die naast de overheid staat, die haar eigen perspectief heeft en haar eigen Heer, maar tegelijkertijd bidt voor de overheid, menselijk omgaat met bestuurders. En hen uitdaagt: denk eens groter, denk eens vanuit je hart, vanuit een collectieve wijsheid, denk eens vanuit een kind, vanuit oorlog en angst, denk eens vanuit ene visioen, een grenzenoverstijgende droom. Wat kunnen wij samen doen?

4 Openbaring 2 Kleine kracht

De laatste lezing is uit Openbaringen. In de brief aan de gemeente in Filadelfia, aan de engel van die gemeente, staan tedere zinnen. Christus zegt tot die gemeente dat Hij een deur voor hen geopend heeft, een deur die niemand kan sluiten, en dat Hij gezien heeft dat de gemeente maar kleine kracht heeft, maar dat ze toch trouw is gebleven en Christus niet heeft verloochend.

Nog een keer Paus Leo: Hij gebruikte deze specifieke zinnen in zijn aandacht voor de armen, voor die mensen die amper macht of recht hebben. ‘Ik weet dat uw kracht klein is’, zei hij, maar Christus zegt: ‘Ik heb u liefgehad’ (dilexi te). Vrede, ook de vrede van Christus, kun je in de kerk niet loskoppelen van de vragen van gerechtigheid, aandacht voor wie arm is en op de vlucht. Er is een vreemd soort vrede die kan gebeuren juist wanneer je je inzet voor wie je nodig heeft.

En dan die deur die openstaat. Wat een mysterieze zin is dat. Het heeft iets te maken met God die erover waakt dat Hij toegankelijk is. Dat Hij gebeden hoort, en de gemeente ziet en dat er een over-en-weer zal zijn van kracht en genade. Gebed, contemplatie en actie zijn in de christelijk traditie onlosmakelijk verbonden. Als die deur openstaat, vanuit Christus naar ons, dan kun je andere deuren hier op aarde openhoden. Ik denk dat dat zinnen zijn die ook vandaag kracht hebben, misschien ook wel in de ervaring van deze gemeente in Kampen. Dat er in alle vragen, in alle kracht die dit asiel ook vraagt, in het steeds weer zoeken naar ‘hoe verder’, dat er ook wonderlijke momenten van vrede zijn.

Wat gun je onze cultuur een pauzeknop, om de bronnen te laten stromen die utopische kracht hebben en die je zin geven m samen mens te zijn. Wat hebben we het nodig dat een cultuur van angst en verdachtmaking, van neerbuigendheid en hardheid, dat we die onderbreken. En wat zijn de bronnen die wij hebben, de Bijbel, het gebed, de gemeenschap, wat zijn die vitaliserend. Er zijn zoveel jonge mensen uit andere landen nu hier geworteld, die politiek leiders van morgen kunnen zijn, restauranthouders, kundige mensen in zorg en onderwijs, en: misschien we dominees van morgen, ik gun ons zo elkaar.

Kampen 21 november 2025

Kees van Ekris, scriba