Nieuwe stemmen: Br. Joost Jansen

(door René Fransen)

Bij de doorgaande dienst van het Kerkasiel zijn heel veel vrijwilligers actief, voor een korte of langere tijd. Na anderhalf jaar sluiten nog steeds nieuwe mensen aan. Zoals Norbertijner Joost Jansen, één van de vijftien bewoners van de Abdij van Berne (Heeswijk-Dinther). Hij ging op 28 april zes uur voor, verdeeld over ochtend en middag.

‘Ik maak al heel lang deel uit van de abdijgemeenschap, waar we veel gasten ontvangen’, vertelt Jansen. ‘Een gastheer van onze gemeenschap was al vier of vijf keer voorgegaan bij het Kerkasiel Kampen. Op een zeker moment zei hij: “dat is ook echt iets voor jou!” Ik heb het gegoogeld en dacht: ik heb tijd, dan doe ik het ook eens.’

Hij schreef zich in voor een blok in de ochtend op 28 april, van acht tot twaalf, en van twee tot vier in de middag. ‘Tussendoor heb ik wat door Kampen gewandeld.’ De dienst vulde hij met als basis het getijdengebed. ‘Wat mij aansprak was het diaconale aspect, het zorgen voor mensen die hulp nodig hebben. En daarnaast het gaande houden van de lofzang.’

In de Abdij van Berne komen regelmatig protestantse groepen. Jansen voelt zich daarom thuis in een oecumenische omgeving zoals het kerkasiel. ‘Ik zag dat er zelfs een viering was van de oosters orthodoxe liturgie.’ Naast de gebeden en de zang maakte hij ook ruimte voor verdiepende gesprekken. ‘De invulling hangt een beetje af van de mensen die er zitten. Maar ik ben al vanaf mijn 20e bezig met liturgie, daar kan ik op steunen.’

Jansen is verantwoordelijk voor vier kerken rond de Abdij, al legt hij zijn rol van pastoor in juli neer. ‘Dan ben ik tachtig, gelukkig is er inmiddels een opvolger.’ Maar de verbinding met mensen buiten de kerk blijft hem trekken. ‘Straks loop ik weer over de markt, waar mensen mij kennen en aanspreken. Onder de mensen zijn is ook een vorm van diaconaat.’ Zijn motto is dan ook: ‘Als de kerk niet dient, dient zij nergens voor.’

Na dit eerste bezoek wil hij zeker terugkomen. ‘Ik sta weer ingeroosterd in juni, dat kon helaas niet eerder. Maar ik hoop zolang het nog nodig is een keer per maand terug te komen.’ En een dag na zijn bezoek, de dag van de klokken-actie, hielp hij op een andere manier mee: ‘De vier kerken van mij hebben allemaal geluid!’

Fotobijschrift: Joost Jansen tijdens de jaarlijkse ‘fietsenzegening’, die het begin van het wielrenseizoen markeert. Jansen: ‘Lang niet iedereen die daarbij is komt in de kerk. Maar ik geef ze voor dat jaar een spreuk van Jezus mee.’

Jansen schreef zelf ook over zijn bezoek aan Kampen in het tijdschrift van Berne: