Op 1 juli oordeelde de Raad van State dat de minister van Asiel en Migratie de belangen van kinderen onvoldoende heeft afgewogen. Op 22 juli stelde Kamerlid Lisa Westerveld daar vragen over. Op 12 augustus vroeg de minister uitstel. Op 9 september kwam het antwoord. Het telt een handvol zinnen en de belangrijkste luidt dat de uitspraken “onderwerp van nadere bestudering” zijn. Voor ongeveer 420 kinderen in Nederland betekent dat: nog een keer wachten.
Zeventig dagen
Tussen de uitspraak en het antwoord zitten zeventig dagen. Tussen de vragen en het antwoord negenenveertig. De Kamer hanteert een termijn van drie weken.
Wat daar tegenover staat is mager. Op de vraag of de minister bekend is met de uitspraken antwoordt hij: “Ja.” Op de vraag wanneer de gezinnen worden geïnformeerd: de IND voert de uitspraken uit, en verder gaat hij niet in op individuele zaken. Op de vraag wat de uitspraken betekenen voor andere gezinnen dan deze drie: nadere bestudering.
Zes vragen, zes antwoorden, en niemand weet na afloop meer dan daarvoor.
Wat de Raad van State wél zei
De uitspraak van 1 juli laat weinig ruimte. In drie zaken over de afsluitende regeling kinderpardon oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat er geen toereikende afweging is gemaakt tussen het belang van Nederland en de belangen van de kinderen. De Afdeling droeg de minister op om aan die kinderen en hun ouders een verblijfsvergunning te verlenen op grond van hun privéleven, artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De Afdeling vroeg er niet om. Ze droeg het op.
Voor drie gezinnen voert de minister die opdracht uit. Voor alle andere gezinnen verwijst hij naar de individuele afweging die per geval gemaakt moet worden en waarover hij geen algemene uitspraak kan doen. Dat is dezelfde afweging die volgens de hoogste bestuursrechter in deze zaken niet deugde.
Vijf jaar is de grens
Wat langdurig wachten met kinderen doet, weten we al jaren. In 2018 verscheen het rapport Schaderisico bij uitzetting langdurig verblijvende kinderen van hoogleraar Erik Scherder, kinderrechtenspecialist Carla van Os en gedragswetenschapper Elianne Zijlstra. Veertig deskundigen onderschreven het. De conclusie: na vijf jaar verblijf is de kans op schade bij uitzetting onaanvaardbaar hoog.
De kinderen om wie het gaat zitten daar ver overheen. De kinderen van het gezin Babayants wonen bijna twaalf jaar in Nederland, de jongste twee zijn hier geboren. Rejoice, Sarah en Isaac, in mei 2025 uitgezet naar Nigeria, zaten negen jaar in de procedure.
In 2019 erkende de overheid het probleem. Er kwam een eenmalig kinderpardon en de belofte dat asielprocedures korter zouden worden. Die belofte is niet ingelost. En dus staat de teller nu weer op zo’n vierhonderdtwintig kinderen.
Wat wachten kost
Nadere bestudering kost een ministerie weinig. Een jurist leest de uitspraak, een collega leest mee, er volgt een notitie en het onderwerp blijft op de lijst staan.
Voor een kind van twaalf is het een schooljaar. Het is de tweede verjaardag waarvan je niet weet of je die hier viert. Het is opnieuw niet durven zeggen tegen je vriendinnen wat er thuis speelt, want straks blijkt het toch weer niet door te gaan.
Kinderen kunnen dat wachten niet uitstellen tot het beter uitkomt. Zij groeien er gewoon doorheen.
De vraag die overblijft
Vandaag duurt het kerkasiel in Open Hof ruim zeshonderdzestig dagen. Er wordt elke dag gezongen, gebeden en gewacht. Dat wachten is een keuze van meer dan tweeduizend vrijwilligers. Het wachten van de kinderen is dat niet.
De vraag aan minister Van den Brink is daarom niet ingewikkeld. Hoe lang duurt nadere bestudering? En wie houdt ondertussen bij hoeveel tijd die vierhonderdtwintig kinderen nog kwijtraken?





Hier, in mijn gezin ook een kind van 11 jaar dat al 9 jaar hier is en dreigt te worden teruggestuurd. Naar een land waar geen binding mee is.
Ik hou mijn hart vast voor de toekomst van dit kind.
Mijn kinderen zijn 15, 13 en 4 jaar oud, alle drie geboren in Nederland. Ze hebben nog steeds geen verblijfsvergunning en zowel de kinderen als wij verkeren in een onverklaarbaar moeilijke psychische toestand.